Bevende strijkers
Bach componeerde de cantate in zijn eerste jaar als Thomaskantor in Leipzig. Alom wordt erkend dat het een echt meesterwerk is. Zelfs de aanduiding ‘monumentaal muziekdrama’ is gebruikt. En dat is niet overdreven: Bach maakt met deze cantate opnieuw duidelijk hoe goed hij in staat is om de boodschap van de tekst muzikaal te versterken en haalt hiervoor heel wat middelen uit de kast.
De cantate gaat over de twijfelende mens die vaste grond mist. Bach onderstreept dit muzikaal door in verschillende delen van de cantate de strijkers hun eigen melodie te laten spelen. Ze bieden geen ‘vaste grond’ aan de zangers.
In het laatste deel benadrukt Bach de menselijke onzekerheid door de strijkers te laten 'beven' ('Zittern').
Pas aan het eind van de cantate, als de mens zijn geloof hervindt, komen de strijkers langzaam tot rust.
Afbeelding: Handschrift Bach van de Aria 'Wie zittern und wanken der Sünder Gedanken'
Waardeer onze cantate-uitvoeringen met uw donatie
Slotkoraal om mee te zingen
De Duitse sopraan Tanja Obalski studeerde solozang aan het Conservatorium van Amsterdam bij Margreet Honig en Howard Crook. In 2001 behaalde zij haar diploma 1ste fase en in 2003 een diploma 2de fase in barokzang. Zij volgde verder masterclasses van o.a. Jill Feldman en Emma Kirkby. Als soliste is zij te horen in oratoria, cantates en kamermuziekconcerten zowel in Nederland als daarbuiten. Tanja Obalski is sinds 2010 verbonden aan het Groot Omroepkoor.
Mezzosopraan Franske van der Wiel (1993) begon op haar zesde met zingen bij de Koorschool Midden-Gelderland in Ede. Als vanzelfsrpekend volgde in 2012 haar studie klassieke zang aan het ArtEZ Conservatorium te Zwolle bij Elena Vink en sloot. Na haar bachelor (2016) sloot Franske haar masterstudie (2018) cum laude af bij Claudis Patacca. Tijdens haar studie volgde ze diverse masterclasses, interpretatielessen en liedklassen bij vele docenten. Momenteel wordt ze gecoacht door Marion van den Akker.
Albert van Ommen studeerde vanaf 1989 aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam, bij Margreet Honig, Maarten Koningsberger en Paula de Wit. In 1996 behaalde hij daar zijn examen docerend musicus. Hierna ging Albert verder studeren aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, bij Diane Forlano en Rita Dams waar hij in 1998 afstudeerde als uitvoerend musicus. Tegelijkertijd met zijn studie voor uitvoerend musicus, studeerde hij ook aan de Opera Akademie tussen de conservatoria van Amsterdam en Den Haag. Albert werkte o.a. met het Nederlands Kamerorkest o.l.v. Yakov Kreizberg en gaf concerten met pianist Rudolf Jansen.
Lyrische bariton Cyprien Crabbé behaalde in juni 2024 zijn Bachelor diploma in zang klassiek aan het Conservatorium van Amsterdam met de wereldpremière van Bari & Tina. Tijdens zijn jaren in Amsterdam soleerde Cyprien in repertoire van vroege barok tot hedendaagse muziek, van Monteverdi madrigalen tot zijn tweemalige deelname aan het Opera Forward Festival aan de Nationale Opera.
Richard Vos (1969) heeft gestudeerd aan het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek in Utrecht alwaar hij in 1993 zijn diploma behaalde. Hij volgde de hoofdvakken orgel (bij o.a. Elly Kooiman, Kees van Houten en Bernard Winsemius) en kerkmuziek (bij o.a. Arie Eikelboom, Anton Vernooij, Hans Uytenbogaardt en Jan Jansen). Bij Jan Welmers behaalde hij de aantekening voor vrije improvisatie. Aansluitend ging hij Muziekwetenschappen studeren aan de Rijksuniversiteit eveneens in Utrecht. Richard is werkzaam als cantor-organist in de Pauluskerk te Baarn en als organist in de Nieuwe kerk te Huizen. In de Domkerk in Utrecht is hij één van de vesper-organisten.
Kamerkoor Vocaliber treedt op in heel Nederland en voert werken uit van de 15e tot 21e eeuw. Regelmatig zijn wij ook te gast in de concertseries van bijvoorbeeld Vrijdagavondmuziek in de Nieuwe kerk van Huizen en van de Bergkerk in Amersfoort, “Muziek op de Berg” (zondagmiddag om 16.00h). Tevens worden wij regelmatig gevraagd om mee te werken aan de Choral Evensong in o.a. Wijk bij Duurstede en Hilversum. Vocaliber staat onder leiding van dirigent Richard Vos.
De inleiding wordt verzorgd door Machteld van Woerden