
Op de website van de Hilversumse Cantate op de Brink staat vermeld dat na het overlijden van Hans Brandts Buys (1959) de cantate uitvoeringen in Hilversum ‘een zachte dood zijn gestorven’. Maar wel was bekend dat onder leiding van Henk van Eck, tandarts in Hilversum en een groot Bachliefhebber, in de jaren zestig regelmatig uitvoeringen van Bachcantates in Hilversum werden gehouden.
Reden voor een lid van het CodB-bestuur Jouke van der Leest een bezoek te brengen aan de toenmalige organisator/dirigent Henk van Eck. Uit deze ontmoeting resulteerde onderstaand verslag, beter gezegd een bijzonder verhaal. Daaruit blijkt dat de serie Cantate op de Brink een voortzetting is van een Hilversumse traditie die tot 1971 heeft bestaan.
Leerling Hans Brandts Buys
Henk van Eck (1924), zelf een hartstochtelijk vioolkwartet-speler, kreeg de liefde voor Bach ingegoten gedurende zijn studentenjaren na 1945 door mee te spelen in het Utrechts studentenkoor en -orkest o.l.v. de toenmalige cantor Hans Brandts Buys.
Hij en zijn vrouw, pianiste, vestigden zich aanvankelijk in Nieuw-Loosdrecht (1957). Daar begon Van Eck zelf mee te zingen in een klein kerkkoor, vier man sterk. Via diverse muziekrelaties breidde het koortje zich langzaam maar zeker uit, waaronder ook met diverse vrouwenstemmen Op zeker moment was het koor in staat om eenvoudige vierstemmige missen (o.a. Palestrina) in te studeren. Alles o.l.v. Van Eck die intussen ook zangles was gaan nemen.
Niet alleen het koortje breidde zich uit ook het gezin, hetgeen een verhuizing naar Hilversum tot gevolg had (1960). Daar meldde zich een nieuw koorlid wiens komst verstrekkende gevolgen zou hebben. Hij had namelijk indertijd bij H.B.B. in diens Hilversums cantatekoor gezongen en kwam met het voorstel of wij niet eens een Bachcantate konden instuderen. Mogelijkerwijs kon hij ook wel andere potentiële enthousiastelingen aanbrengen. En die meldden zich inderdaad. Daarmee diende zich een volkomen nieuw perspectief aan.
Hilversumse muziekcircuit
Op dit punt van ons gesprek aangekomen zei Van Eck met nadruk dat hij nooit de intentie had gehad de oude Hilversumse cantates te reanimeren. Maar de gedachte trok hem wel aan. Uiteraard dienden zich praktische vragen aan zoals: waar een Bachorkest vandaan te halen, waar solisten, waar het geld? Dat het echtpaar Van Eck inmiddels aardig ingeburgerd bleek te zijn in het Hilversumse muziekcircuit bracht zijn nut op.
Wat er nu gebeurde was gewoon een klein, of beter gezegd, een groot wonder. Het samenstellen van een bruikbaar Bachorkest bleek geen enkel probleem. Behalve dat Van Eck nog muzikale connecties had uit zijn studententijd, waren er ook nog musici van de omroep die belangstelling toonden. Dat gold ook voor de beoogde solisten. Zij allen werkten tot zijn verbazing graag mee onder het motto ‘ad maiorem gloriam Bach'! (met excuses aan Bach). Van Eck liet mij een lijstje van namen zien dat er niet om loog! Op zijn uitdrukkelijke wens worden hier geen namen genoemd, m.u.v. één, die van de in 2001 overleden David Hollestelle. Hij, een warm mens, bleek achteraf een enorme inspirator op voor-en achtergrond te zijn geweest!
Honorarium
Nu bleek ook de echtgenote een onmisbare schakel te zijn voor de realisatie van de plannen. Zij verzorgde het continuo-gedeelte en hielp bij het instuderen van de lang niet altijd malse partijen van koor en solisten. Op de vraag hoe het honorariumprobleem opgelost werd was het antwoord dat dit ook een aspect van het wonder was. Het woord ‘honorarium’ is hier volstrekt niet op zijn plaats. Er was altijd net genoeg geld, geld uit de collectes, giften van donateurs en een kleine gemeentelijke subsidie, voor een passende attentie.
Het echte probleem was het vinden van een vast kerkelijk dak vanwege de opzet om de cantate binnen een liturgisch kader onder te brengen. Iedere kerk was een kerk op zich, een gesloten bolwerk. Deze muren te doorbreken was niet de meest prettige kant van het organisatorische werk. Daarin is in de afgelopen veertig jaren wel wat veranderd, zo constateerden wij.
Veertig uitvoeringen
Op 27 januari 1963 was het dan zover. Toen klonk in de Bethlehemkerk de cantate 72 met als toepasselijke titel ‘Alles nur nach Gottes Willen’. Dit begin bleek dus achteraf een opmaat te zijn voor de 40 uitvoeringen die nog zouden volgen. Waren er hoogtepunten? Jawel, b.v. die schitterende cantate 106, ‘Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit’ met twee gamba’s en blokfluiten, Verder een TV optreden in 1965 voor de NCRV, in 1969 een herdenkingsbijeenkomst ter ere van de nagedachtenis H.B.B., tien jaar daarvoor overleden. En als absoluut hoogtepunt natuurlijk in 1968 de uitvoering van het ‘Kyrie' en 'Gloria' uit de ‘Hohe Messe’ (wel met koorversterking uiteraard).
Ziekenhuiskapel
Zoals uit ons gesprek reeds was gebleken was het vinden van een dak boven het hoofd van de cantate een steeds weerkerend probleem. Uiteindelijk kwam uit een volkomen onverwachte hoek (onderdeel van het wonder) de oplossing. En die was dat wij voortaan terecht konden in de kapel van het inmiddels afgebroken RKZ aan de Koningslaan.
De laatste zes uitvoeringen hebben daar plaatsgevonden. Een prachtige ambiance, mooie akoestiek. Een bijzonder cachet vormde natuurlijk de vele aanwezige zieken op hun bed! Daar vond ook deze traditie, op een voor Bach waardige plaats, zijn voorlopig einde. Voor het gezin Van Eck vormde de organisatie van deze evenementen op den duur een te grote belasting. Op 24 mei 1971 werd de cantatetraditie voorlopig afgesloten met cantate 4 ‘Christ lag in Todesbanden’, een traditie die wachtte op zijn reanimatie! Dat gebeurde in 2006.
En met dit verhaal is de leemte in de website gevuld.
geschreven door Jouke van der Leest



