De basbariton Kees Jan de Koning studeerde aanvankelijk blokfluit aan het Utrechts Conservatorium. In de periode van het behalen van zijn diploma in 1983 begon hij aan een zangstudie, eerst bij de bas Peter Kooy, daarna bij zangpedagoog Herman Woltman. Hij sloot zijn zangopleiding af in 1991 aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag, waaraan hij al het jaar daarop als zangdocent verbonden werd. Eveneens in 1992 verwierf hij een vaste plaats in het vermaarde Nederlands Kamerkoor.
Daarnaast vormt de bas van Kees Jan de Koning het fundament van het internationaal bekende Quink Vocaal Ensemble; bovendien verleent hij regelmatig zijn medewerking aan diverse belangrijke Europese ensembles, zoals het Huelgas Ensemble, het Gesualdo Consort Amsterdam en Weser Renaissance.
Hij werkte in deze ensembles mee aan vele cd-opnamen.
Als solist treedt hij op in opera- en oratoriumconcerten en werkt daarbij samen met gerenommeerde dirigenten als Frans Brüggen, Paul van Nevel, Ton Koopman, Philippe Herreweghe, Reinbert de Leeuw en Tõnu Kaljuste.
Ook in deze hoedanigheid verleende Kees Jan de Koning medewerking aan diverse cd-opnamen.

De Belgische sopraan Hilde Van Ruymbeke studeerde Solozang aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag waar zij in 1998 haar diploma Docerend Musicus behaalde. In 2000 rondde ze daar de Tweede Fase-opleiding af bij Marius van Altena en Jill Feldman. Ze volgde masterclasses bij o.a. Emma Kirkby en Elly Ameling.
Alfrun Schmid (sopraan) werd in München geboren. Na een opleiding schoolmuziek aldaar studeerde zij zang als hoofdvak bij Anne Haenen, Charles van Tassel en Cora Canne Meijer in Amsterdam. In september 2000 behaalde zij haar einddiploma. Eerder maakte zij deel uit van het Stuttgarter Kammerchor en het extra koor van de Bayerische Staatsoper. Ze zong onder dirigenten als Joshua Rifkin, Jaap van Zweden en John Eliot Gardiner. 