Mezzo-sopraan Elsbeth Gerritsen raakte in haar tienerjaren verslingerd aan de opera’s van Verdi en Mozart. Een studie muziekwetenschap aande Universiteit van Utrecht bleek de perfecte vooropleiding: het bracht haar in contact met gelijkgestemde zielen (er bleken dus meer jongeren te zijn die klassieke muziek luisterden op hun koptelefoons…), en het introduceerde haar in de historische uitvoeringspraktijk. De vele concerten die zij toen bezocht in het Festival voor Oude Muziek brachten haar een grote passie voor barokmuziek in het algemeen, en voor de muziek van Bach in het bijzonder.
Na haar doctoraal examen ging zij naar het Conservatorium van Amsterdam. Als zangstudent daar was zij zeer gelukkig met haar docente Margreet Honig. Niet alleen vanwege diens zeer inspirerende lessen, maar ook vanwege het feit dat toen Elsbeth eenmaal zelf haar eerste Passies ging zingen, Margreet haar naar Jard van Nes stuurde voor coaching van de altaria’s. Ook deze lessen waren bijzonder waardevol!
Inmiddels maakt Elsbeth Gerritsen als zangeres deel uit van de Nederlandse Bachvereniging, en is zij de alt in Quink, een vocaal kwartet dat internationale bekendheid geniet. Zij soleerde met gerenommeerde ensembles als Asko|Schönberg, Camerata Trajectina, Klangart Berlin, en VocaalLAB. Zo zong zij onder meer de Altrapsodie van Brahms, Alexander Nevsky van Prokofjev, en M is for Man, Music, Mozart van Andriessen.
Ook zingt zij veel oratoriumrepertoire, waaronder het Stabat Mater van Haydn, de Petite Messe Solennelle van Rossini, L’Enfance du Christ van Berlioz en het Requiem van Verdi.
Op het opera-toneel vertolkte Elsbeth Gerritsen onder andere naïeve Miranda in The Tempest van Purcell, pragmatische Yola in een wereldpremiere over immigranten (Two Caravans van Guy Harries), goedlachse Voedster in Boris Godoenov van Moessorgski, wraakzuchtige Klytaemnestra in Oresteia van Xenakis/Van Parys, drankzuchtige echtgenote van Noach tijdens de zondvloed in Brittens Noye’s Fludde, en teerbemindeVrede in de oudste Nederlandse opera: het zangspel De Triomfeerende Min van Carolus Hacquart uit 1678.
Tot haar toekomstige engagementen behoren de altsolo in Die Donnerode van Telemann (met Vox Luminis in het Festival Saint Michel en Thierache), de rol van La Rose in de opera Le Petit Prince van Michaël Levinas voor Operadagen Rotterdam ( De Doelen), en een rol in de nieuwe muziektheatervoorstelling #tristanisolde – love fail van David Lang voor Silbersee (Muziekgebouw aan het IJ).